Oei, oei, oei! De valse noot van Johan Cruijff

7 april 2016, door Martin Spee

Je weet dan achteraf altijd precies waar je was. Het moment waarop een emotionele boodschap binnenkwam, staat direct in je geheugen gegrift. Net klaar met een voorbespreking bij een telecombedrijf, binnenkort ga ik daar een presentatie geven over beïnvloeden en overtuigen via muziek, hoorde ik op de gang het nieuws. Mijn jeugdheld was uit de koets gevallen. Naar de haaien. Had de pijp aan Maarten gegeven. Z’n rikketik was even blijven staan. Er was een Amsterdammer doodgegaan.

Oei, oei, oei! De valse noot van Johan Cruijff

De dagen daarop waren de voorpagina’s gewijd aan Johan Cruijff, de Verlosser, eigenzinnige jongen van het volk, leider, fenomeen, filosoof, bal,- en taalkunstenaar. Wat mij natuurlijk opviel was dat hij niet werd genoemd en geroemd als zanger! Onterecht én terecht. Onterecht omdat Johan in 1969 toch echt een heel bescheiden hitje had met het door Peter Koelewijn geschreven Oei, oei, oei! (Dat was me weer een loei) Terecht omdat kleine Jopie écht niet kon zingen. Doe je oordopjes maar in klik hier.

De Telegraaf plaatste het liedje de dag van zijn overlijden op You Tube onder prachtige beelden van JC. Helaas, een week later slechts 620 weergaven. Wellicht verklaarbaar omdat ons brein een behoorlijke tegenstrijdigheid dient te verwerken. We zien nummer 14 de prachtigste bewegingen op de mat leggen, maar Cruiff’s valse noten gaat vreemd genoeg niet over voetbal maar over een bokser die klappen krijgt!

Maar goed, wat kunnen we nu leren van Johan als we kijken naar de werking van ons brein en de positieve invloed van muziek op ons geluk, prestaties en op bedrijfsresultaten? Veel, maar ik wil er één les uitlichten die heerlijk smeuïg onder mijn aandacht werd gebracht door tante Ali, een buurvrouw van de opgroeiende wereldster in spé in Betondorp. In een interview met een verslaggever van AT5 vertelt ze: ‘Ja kijk, weet je, Johan en de bal, ja, die waren zeg maar onafscheidelijk. Hij nam hem zelfs mee naar z’n nest.’

Onbedoeld maakte Tante Aal het hiermee wetenschappelijk interessant. Het zal menigeen niet werkelijk verbazen dat ‘er een nachtje over slapen’ tot betere keuzes leidt. Maar kunnen wij slapend ook leren? Ach kom! Werkt dit? Heeft het zin als voetballer een bal of als studiebol een boek onder je kussen te leggen? Ja, dit werkt! Hoogleraar psychologie Ap Dijksterhuis deed hier veel experimenteel onderzoek naar. Als we, zeker in de toestand waarin ons brein nog tussen waken en slapen in zit, handelingen, bewegingen, teksten of melodieën visualiseren of in stilte zingen, beklijft dit enorm. Over hoé dit precies werkt en over de interpretatie van zijn bevindingen is nog wel het e.e.a. te doen, maar kennelijk zijn hiervoor belangrijke hersenbanen extra actief.

Neem dus net als Johan, maar dan in plaats van de bal, een liedje mee naar bed! Bij voorkeur een kracht of moed gevend liedje. De volgende dag een lastige klus? Kies dan bijvoorbeeld Wij zullen doorgaan van Ramses Shaffy. Wil je de volgende dag inzetten op samenwerken? Kies dan Ik kan het niet alleen van De Dijk. Doe dit regelmatig want 24/7 met de bal bezig zijn, dat brengt succes. Daar zit de tweede les van Johan.

Ik denk dan aan die man op het Museumplein die aan een passant vraagt: ‘kunt u mij vertellen hoe ik in  het Concertgebouw kom?’ Waarop de Amsterdammer zegt: ‘Meneer oefenen, oefenen, oefenen….. ‘

Of, om met Johan te spreken, de kracht van herhaling, ja das logisch!

 

*Dijksterhuis (2007), zie ook Acker 2008; González-Vallejo, Lassiter et al.(2008)