Info & boekingen

Interview Paul de Munnik

28 januari 2020, door Shardey Aalders

Paul de Munnik nu ook in te huren door bedrijven: “Ik vind het interessant om te ontdekken hoe ik mijn artisticiteit corporate kan toepassen”

Na twintig jaar lang onderdeel uit te hebben gemaakt van het succesduo Acda en de Munnik, bewandelt Paul de Munnik nu alweer zo’n drie jaar een nieuw pad. Als soloartiest onderzoekt hij diverse richtingen, ontwikkelt hij nieuwe talenten en grijpt hij uitdagende kansen aan. Een van zijn meest recente ondernemingen: optreden tijdens bedrijfsevenementen. Sinds kort is Paul namelijk in te huren als muzikaal dagvoorzitter en verzorgt hij corporate maatwerk voor uiteenlopende opdrachtgevers.

  1. Van een vertrouwd duo naar een experimenterend soloartiest. Heb je je nieuwe plek en vorm inmiddels gevonden?
    “Ik ben nog een beetje naar die plek en vorm aan het zoeken. Maar dat is precies de reden waarom ik solo besloot te gaan: ik wilde kijken wat er allemaal nog meer mogelijk was. Die experimentele fase vind ik geweldig, en ik geniet ervan dat ik als soloartiest geheel mijn eigen richting kan bepalen. Door middel van nieuwe, korte samenwerkingen met bijvoorbeeld producers, regisseurs en andere artiesten krijg ik bovendien veel nieuwe ideeën en inzichten. Langzaamaan krijg ik zo een steeds beter beeld van wat ik uiteindelijk precies wil gaan doen.”2. Sinds kort ben je ook in huren door bedrijven.
    “Ik ben door bedrijven in te huren als gastheer, presentator en artiest ineen. Vaak word ik ingehuurd als dagvoorzitter. Dan leid ik het programma, kondig ik bijvoorbeeld acts aan, interview ik mensen, geef ik toespraken of leid ik discussies, meestal in combinatie met een muzikaal intermezzo. Maar hoe zo’n dag of dagdeel precies wordt vormgegeven, ligt eigenlijk geheel aan de wensen van de opdrachtgever.”
  2. Wat trekt je aan in die inmenging in het bedrijfsleven?
    “Ik vind het interessant om te kijken hoe ik iets dat uit mijn zijn komt, vanuit artistieke noodzaak, corporate kan toepassen. Als artiest ben je altijd op zoek naar eigen inspiratie; je motor en vuur. Het is een uitdaging om eens in opdracht van bedrijven te werken, waar alles ook nog eens heel anders werkt en waar hele andere problemen spelen. Het brengt me buiten de voor mij bekende cirkels, en buiten dat zogenaamde ‘romantische artiestenbestaan’. Bovendien fascineert de gestructureerdheid en zakelijkheid bij bedrijven me. Een goed bedrijf met tactisch uiteengezette lijnen, dat vind ik als artiest – die zelf toch vaak dingen uit de losse pols doet – prachtig om te zien.”
  3. Kunnen bedrijven ook klassiekers uit je duotijd verwachten?
    “In principe is bijna alles mogelijk. Ook wat ik samen met Acda en de Munnik heb gemaakt is natuurlijk mijn werk. Daar ben ik alleen maar trots op, en die nummers zing ik graag. Maar ook als bedrijven bijvoorbeeld een lied willen horen buiten mijn repertoire, ben ik bereid om dat te zingen. Zolang het maar om mooi werk gaat. Op verzoek kan ik zelfs een lied op maat schrijven dat geheel binnen het dagthema past.”
  4. Wat is het mooiste compliment dat je tot nu toe als soloartiest hebt gekregen?
    “Helaas onthoud ik kritiek altijd beter dan complimenten, maar ik vind het altijd geweldig als ik met mijn muziek connectie kan maken met mensen. Zoals met het nummer ‘Dan denk ik aan jou’, van mijn eerste soloalbum. Mensen bedankten me voor dat nummer, en waren geraakt omdat ze zelf iemand waren kwijtgeraakt. Dat ik op die manier iets kan betekenen in het leven van mensen, dat vind ik heel bijzonder.”
  5. Ben je nog met andere mooie dingen bezig?
    “Ik sta niet alleen zelf op het podium, maar ben ook mensen aan het begeleiden, aan het coachen en regisseren. Ook die richting ben ik namelijk aan het onderzoeken: creëren zonder zelf de show te stelen. In een geheime formatie ben ik daarnaast weer nieuw werk aan het opnemen, dat volgend jaar uitkomt. Ik heb dus allerlei projecten op stapel staan. Het is heerlijk om mijn artisticiteit zo op meerdere manieren te uiten. Het leven is te kort om slechts één ding te doen.”
  6. Waar ben je trots op?
    “Op wat ik heb bereikt en waar ik nu sta in mijn carrière. Zoals de periode met Acda en de Munnik, die ik toch maar mooi in mijn achterzak heb zitten. Maar ik voel me ook trots wanneer mensen speciaal voor mij naar een zaal komen, zich twee uur lang door mij laten vermaken en dan tevreden weglopen. Dat is precies wat ik altijd al wilde doen. Als ik nu als klein kind naar mezelf zou kijken, dan zou ik denken: oké, dat heb je goed gedaan. Daar ben ik trots op.”