’t Is een kwestie van geduld, dat heel Holland Limburgs lult.

21 april 2016, door Martin Spee

Oveâh duh discriminatie van vâugeltjus schrèven, dat leik me wel lache. Of, in goed Nederlands: over de discriminatie van vogeltjes schrijven, dat leek me wel leuk. Want ieder vogeltje zingt dan wel zoals het gebekt is, dat wil nog niet zeggen dat wij anders sprekende medemensen als gelijkwaardig zien. Sterker nog, met een bepaald accent moet je je extra bewijzen of val je af. Beeldvorming met racistische trekjes.

De resultaten uit het lopende landelijk onderzoek ‘Sprekend Nederland’ naar discriminatie en accenten, zijn opzienbarend, triest en pijnlijk. Wij vinden Hagenezen asociaal, Maastrichtenaren naïef, Brabanders gezellig maar onzakelijk, Tukkers onbenullig, Randstedelingen succesvol maar mensen met de Gooise r arrogant. Marokkaanse Nederlanders hebben nul prestige. Oordelen louter op basis van tongval. *

Van die oordelen hebben mensen last. Een Vlaamse vriendin klaagde laatst dat wij, kosmopolitische Nederlanders, haar boodschap soms volslagen negeren, maar direct komen met een slechte imitatie van Raymond van het Groenewoud. ‘Awel, gij zijt een Vlaming, amai wat plezant….’ ‘En jij bent hoogst irritant’, is dan steevast haar respons.

Ik krijg zelf regelmatig, al dan niet subtiel, te horen dat ik mij met mijn Amsterdamse tongval beter kan beperken tot het zingen van levensliedjes. Een beschouwing over keuzes en ons brein, hmmmm…. het zal wel. Zo begin ik met een 1-0 achterstand. Maar wanneer ik dan in mijn bedrijfspresentaties Oh, Oh Den Haag (mauie stad achteâh duh duinen) inzet om wetenschappelijke beweringen te staven, vallen ze om van verbazing. Da’s dan weer genieten!

Hoe ontstaat dat vooroordeel? Ons brein, gefocust op evolutionair voordeel, werkt bij een ontmoeting razendsnel doch simplistisch. 1: attentie, iemand is mogelijk anders. 2: schat de vreemde in. 3: hoe klinkt, beweegt, ruikt hij of zij? 4: oordeel, stop in hokje. 5: oké, vooralsnog veilig, ontmoeten? Of: niet oké: aanvallen, vluchten of bevriezen.

Mijn stigmatiserende ogen gingen open toen ik cabaretier Fons Jansen ooit grappen hoorde maken over een algemeen beschaafd sprekende wielrenner. ‘Die man die kan niet fietsen, dat kun je zo horen.’ En over een plat Amsterdams sprekende professor in de sterrenkunde: ‘dat kan niet, zover zijn we nog niet’. ** Helaas Fons, de kennis van nu zegt dat ‘zover zijn we nog niet’ moet zijn ‘zover komen we nooit.’  Zeker in deze tijd waarin iedereen eigenheid en identiteit uiterst belangrijk vindt, verloochent niemand afkomst, dialect of accent.

Wordt dit ooit beter? Rowwen Hèze zingt: ’t Is een kwestie van geduld. Jammer, die nieuwslezer met een Limburgs accent zal er echt nooit komen op NPO1. Hij of zij wordt op voorhand niet serieus genomen. Maar die sollicitant of klant dan uit Heerlen? Mijn advies: neem het thema beeldvorming als organisatie wél serieus. Beseffen dat wij stereotyperen is waardevol. Je kunt dan je keuzes nog eens tegen het licht houden, toetsen op vooringenomenheid en er op terug komen. De persoon tegenover je herkent dit, voelt zich gezien en waardeer het. Het gezegde ‘Je krijgt maar één kans op een eerste indruk’ snijdt wel hout, maar de winst zit ‘m in de herkansing.

* Radboud University Nijmegen, Stefan Grondelaers. Bekijk hier de video van het NTR programma Met de Kennis van NU. Je kunt zelf deelnemen door de app te downloaden.

** Bekijk dit heerlijk gedateerde doch immer actuele zwart-wit filmpje op Youtube, conference stemmen.