Morgen kan ze zwanger zijn.

12 mei 2016, door Martin Spee

De zomer is in het land en het is rond Pinksteren. Een hele serie fraaie deuntjes ontwaakt uit hun winterslaap en nestelt zich in mijn hoofd. De melodietjes strijden daar om aandacht van mijn stembanden en zoals ieder jaar wint het prachtige Op een mooie Pinksterdag met glans. De spanning tussen vaderlijke zorg en rebels pubergedrag is nimmer treffender weergegeven als in de strofe: ‘Vader is een hypocriet, vader is een nul. Vader is er enkel en alleen maar voor de centen en de rest is flauwekul’. Met de poëzie, verhalen en liedjes van Annie MG Schmidt en Harry Bannink ben ik, net als hele generaties met mij, opgegroeid. Beertje Pippeloentje, Abeltje, Jip en Janneke, Ja Zuster Nee Zuster, Pension Hommeles, Foxtrot, Heerlijk duurt het langst, haar werk is tot het collectieve geheugen van naoorlogs Nederland gaan behoren.

Morgen kan ze zwanger zijn.

Natuurlijk kun je haar liedjes klakkeloos zingen, maar bij ieder liedje stel ik mij nu eenmaal vroeg of laat de vraag: is het waar? Ik bedoel neurowetenschappelijk gezien en met de hedendaagse kennis van keuzeprocessen? Lieve Annie, ook al heeft men de jaarlijkse prijs voor het beste kleinkunstlied, dit jaar naar Jan Rot, volkomen terecht naar jou genoemd, ik moet je toch postuum tegenspreken.

Het is natuurlijk prachtig om op een mooie pinksterdag met je dochter aan het handje in het parrekie te kuieren in de zon. Madeliefjes plukken, eendjes voeren, inderdaad….. eindeloos. Dat plaatje staat. Maar het lied neemt een wending overduidelijk bedoeld om vaders de stuipen op het lijf te jagen. Je hebt daar ondubbelzinnig getekstdicht dat onze kleine schatjes zomaar ten prooi kunnen vallen aan grote jongens. Die hun handen niet thuis houden en, ‘behanger, Franse zanger of afkomstig uit Den Haag’, vaders roosje in de knop zomaar kunnen bestuiven. Grote waakzaamheid is geboden! Agressie – lazer op! – gerechtvaardigd. Want het gebeurt niet pas morgen, nee nog vandaag!

Ik kan al die vaders gerust stellen. Kalm maar. Het is namelijk zo dat vrouwen evolutionair en cultureel gezien de regie hebben als het gaat over partnerkeuze. Zij dienen tenslotte een vent te kiezen met de beste genen. Het liefst een set die flink afwijkt van de hare, dat biedt de grootste kans op sterke nakomelingen. Zij maakt deze keuze niet rationeel. maar geheel op haar zintuigen.* Haar ogen, neus en oren vertellen, werkelijk in milliseconden, wat de kans is op sterk nageslacht bij een bevruchting. Brede schouders, hoekige kaaklijn, lage stem….BINGO! Klinkt zakelijk, maar gelukkig romantiseert en rechtvaardigt zij haar keuze in rap tempo. Dus vaders, vertrouw op moeder natuur.

Dit suggereert ten onrechte dat ‘trouwen op het eerste gezicht’, trouwens een walgelijk TV format, aan te raden is. Onzin, want we hebben het hier namelijk over voortplanting en niet over een huwelijk. Daar geldt juist het tegenovergestelde. Als het bij het kiezen van een huwelijkspartner zou lukken het gevoel uit te schakelen en meer harde data toe te voegen, zou het aantal echtscheidingen drastisch verminderen. (Dit verklaart het succes van gearrangeerde huwelijken maar daarover een ander keer).

Kan ik hier iets mee als organisatie? Ja! Organisaties nemen vaak mensen aan die lijken op de mensen die er al werken.  Management teams, sales afdelingen, de mensen lijken soms wel gekloond. Jammer, want bedrijven met een mix van huidkleur en culturele diversiteit op de werkvloer zijn aantoonbaar creatiever en succesvoller.** Annie MG sloeg hier de spijker wel op de kop. Het mocht immers ook een Franse zanger zijn.

* Een hele serie wetenschappelijk artikelen over dit onderwerp kun je hier vinden.

** o.a. Rink, F. & Euwema, M. C. 2005 Psychologie en de multiculturele samenleving.