Wat kunnen wij leren van sportsprekers?

4 december 2015, door Robert de Vries

Als je een keer een rotdag hebt, kan ik dit filmpje op YouTube aanbevelen. Het is de gouden Olympische race van Maarten van der Weijden in Peking 2008. Het commentaar van Pieter van den Hoogenband (‘hij doet ‘t’) en natuurlijk het geweldige verhaal van de lange-afstandszwemmer die in 2001 acute leukemie kreeg (en overwon), maakt veel indruk. Precies dat filmpje herbergt voor mij de kracht van sportsprekers: ze gebruiken sport als metafoor voor het leven, vertellen geweldige verhalen en maken bijzondere keuzes.

Sport is een metafoor voor het leven
Fatima Moreireo de Melo zei niet zo lang geleden tegen me: sport is een goede metafoor voor het leven. Alles wat we meemaken vindt op een sportveld in geconcentreerde vorm plaats. Je krijgt te maken met tegenslagen, werkt samen met karakters die je niet liggen en loopt tegen de grenzen van je kwaliteiten aan. In het echte leven zoeken we naar een manier om ambities waar te maken en Olympische medaillewinnaars zijn daar specialist in. Oud-zwemmer Van der Weijden wilde in de aanloop naar De Spelen van 2008 de allerbeste worden en daar had hij veel voor over. Tijdelijk maakte hij zijn verkering uit en sliep vele nachten in een zuurstoftent. Als je iets bijzonders wilt dan moet je iets bijzonders doen. Wil je ooit een bestseller schrijven dan zal je keihard moeten investeren; uren maken zoals Maarten dat deed in het zwembad. Misschien moet je wel verder gaan dan je ‘concurrenten’ om je doel te bereiken. Maarten van der Weijden kraakte de code van succes en het is altijd inspirerend om die verhalen te horen.

Sport gaat altijd om verhalen
Natuurlijk zijn verhalen uit het bedrijfsleven soms interessant, maar sporters vertellen de ware epische verhalen. In 2000 won Anky van Grunsven goud bij de dressuur, maar voor de Olympische Spelen in 2004 waren de verwachtingen minder hoog gespannen. Ze reed op een ander paard in vergelijking met 2000 –  Salinero versus Bonfire – en je kan niet altijd de beste zijn. Ook was de inspirerende Brabantse heel verdrietig door het overlijden van haar vader die haar hele loopbaan present was geweest om haar te begeleiden. En toen, op die memorabele dag in Sydney, deed Van Grunsven het gewoon: ze won van de grote Duitse concurrent Ulla Salzgeber. Ze durfde niet te kijken naar de laatste oefening van de Duitse, maar toen ze het gejuich van de Hollanders op de tribune hoorde wist ze dat ze had gewonnen. De tranen liepen over haar wangen. Topsport gaat niet om de sport zelf, maar altijd om de verhalen. En wat is er mooier dan die verhalen te horen van de hoofdrolspelers zelf?

Sporters zijn bijzondere mensen
Ook hou ik van topsporters omdat ze altijd zo lekker eigenwijs zijn. In hun eentje moeten ze vaak keiharde beslissingen nemen, maar ze zullen niet zo snel aarzelen. Inge de Bruijn was altijd een geweldig zwemtalent, maar ze excelleerde van nature niet in monomane toewijding, was altijd op zoek naar ontspanning buiten het zwembad. Het is iemand die van nature geeft om sfeer en gezelligheid. Omdat ze heel goed wist dat juist die discipline haar achilleshiel was, besloot ze in 1997 te verhuizen naar Beaverton in de VS om te trainen met topcoach en spreker Paul Bergen. Daar, op die kleine kamer in de buurt van het zwembad, was geen afleiding van aardige familieleden en vrienden. Ze wist dat deze harde beslissing nodig was om te excelleren, daar kunnen meer mensen een voorbeeld aan nemen. Als je iets bijzonders wilt presteren moet je bijzondere keuzes maken.

Conclusie: we kunnen leren van topsporters
We kunnen allemaal iets leren van topsporters, ze vertellen verhalen die ons verder brengen in het leven. Daarom luister ik altijd graag naar de lezingen van Bart Veldkamp, Anky van Grunsven, Bas van de Goor en de vele andere sporters die via ons te boeken zijn. Je kunt er iets van leren dat is altijd meegenomen.