Het politieke systeem is net zo gevaarlijk als een wandelaar op de snelweg

20 januari 2016, door Rob Janssen

In het boekje “Waarom gemeenten niet naar burgers luisteren” hebben co-auteur Paulus Blom en ikzelf een zoektocht ondernomen naar de oorzaken. Wat houdt ambtenaren en politici tegen om te handelen vanuit de signalen die de maatschappij meer dan overduidelijk hun kant op stuurt? Onderzoeken laten ondubbelzinnig zien dat participatie tientallen procenten winst in euro’s oplevert ten opzichte van de ‘als-u-het-er-niet-mee-eens-bent-kunt-u-een-klacht-indienen’ werkwijze. En niet alleen dat, het bevordert ook nog eens het werkplezier van ambtenaren en politici. Of dat geen belangrijk argument is. En om het helemaal compleet te maken: het imago van de betreffende gemeente gaat ook met sprongen omhoog. Een verbetering waar een gemiddelde city marketeer zijn of haar vingers bij aflikt.
Je kunt je dus voorstellen dat het op zijn minst vreemd is waarom er in Nederland nog altijd niet massaal op een participatieve manier gewerkt wordt. Alleen maar voordelen en nog blijven de meeste gemeenten volharden in de oude werkwijze. Zelfs de grote negatieve publiciteit zoals Oranje, Steenbergen en Geldermalsen de afgelopen periode hebben gekregen lijkt slechts even te werken.

De centrale vraag: “Als het zo’n geweldige vooruitgang is om vanuit de participatiegedachte te werken, waarom gebeurt het dan niet”?  heb ik eerder gesteld. Iemand gaf toen een interessant antwoord. Hij zei het heel kort: ”Omdat gemeenten geen concurrentie hebben”. Interessante gedachte. Want laten we eerlijk zijn, je kunt any time van zorgverzekeraar wisselen, van telefoonprovider of supermarkt. Eigenlijk van elke leverancier (dat je dan nogal eens van de regen in de drup raakt is een tweede, maar vooruit). Maar als inwoner van Amsterdam zeg je niet zo snel: “Mmmm, de service in de hoofdstad valt me tegen, ik verhuis maar naar Rotterdam”.  Of andersom natuurlijk.

Toch is in mijn beleving daarmee niet het volledige antwoord gegeven. Want dat zou betekenen dat wij als mondige burgers alleen maar kijken naar wat er niet goed gaat en de schuld bij de politici en ambtenaren leggen. Alsof de oplossing zou zijn dat ‘die lui in het stadhuis het gewoon anders moeten doen’.  Dat is natuurlijk te simpel.

Snelheid van verandering

Het antwoord op de vraag kreeg ik van een Amerikaanse futuroloog, Alwin Toffler (1928). Hij heeft onderzocht hoe de diverse partijen in de samenleving omgaan met veranderingen. Om preciezer te zijn: met welke snelheid ze omgaan met veranderingen. Dat heeft hij uitgedrukt in km/u. De groep die het snelste met veranderingen omgaat zijn ondernemers, met zo’n 160 km/u. Ze worden op de voet gevolgd door burgers in het algemeen met 140 km/u en gezinnen met 100 km/u. Die zouden allemaal op de snelweg van de verandering kunnen rijden. Maar dan wordt het gevaarlijk: vakbonden veranderen met 50 km/u, overheden met 40 km/u en het politieke systeem met slechts 5 km/u. Met andere woorden: het systeem zit blijkbaar degelijk in elkaar, anarchie en willekeur zijn nauwelijks mogelijk. Dat is fantastisch. Maar in deze tijd van verandering moet er iets gebeuren. Terwijl de maatschappij in pittig tempo over de snelweg raast wandelt het politieke systeem op zijn dooie akkertje langs de vangrail. Levensgevaarlijk en een enorme bron van ergernis. Want iedereen die een vergunning of andere dienst nodig heeft, moet vol in de remmen om dat voor elkaar te krijgen.

Kort gezegd, wij hebben met z’n allen een systeem opgetuigd dat ons heeft behoedt voor willekeur en ons daarmee gediend heeft. Maar nu lijkt de houdbaarheidsdatum in zicht te komen en is het van belang dat we samen, gemeenten en inwoners, op zoek gaan naar vormen waarmee we het systeem weer optimaal krijgen voor de huidige tijd. Ik heb bijvoorbeeld in Nijmegen het initiatief genomen om een G1000 te organiseren. Maar er zijn veel meer mogelijkheden. Belangrijkste is dat we niet naar elkaar wijzen, maar als burger en als overheid gezamenlijk de handen uit de mouwen steken en nieuwe manieren durven te ontwikkelen.